Jan Timman: 'Zelf heb ik heel veel tijd verlummeld'

Door Henny Haggeman

Foto's Sander van Vucht
 

We hoeven ons geen illusies te maken: Jan Timman kent de Schaakvereniging Doetinchem (SVD) niet. Natuurlijk had de man waarvoor wij veertigers twintig jaar lang grenzeloze bewondering hadden wel verwacht dat een stadje als Doetinchem een schaakclub had. "Maar dat werd pas concreet toen ik een mailtje van jullie club kreeg", zegt Timman. SVD bestaat in januari 2008 honderd jaar en Neerlands bekendste levende grootmeester wil voor die gelegenheid best een exclusief interview geven aan ons drieŽn: afgevaardigden van SVD.

 

Toch maakte Timman een keer eerder kennis met SVD, al besefte hij dat op dat moment niet. Een kleine twee jaar terug speelde Timman met de toenmalige landskampioen De Variant (inmiddels ter ziele) uit Breda in de meesterklasse tegen ESGOO uit Enschede. Timman trof tegenover zich een opgeschoten jongeling die wij allemaal kennen: Vincent Rothuis, de beste speler die Doetinchem in honderd jaar heeft voortgebracht. Timman won de partij.

 

 

Onlangs kruiste Rothuis wederom het pad van Timman. De jonge Doetinchemmer - tegenwoordig weer spelend voor Zevenaar - was uitgenodigd voor een toernooi in het Arnhemse Rijnhotel. Een gevecht tussen jong talent en oude garde, zoals de vroegere wereldtoppers Oscar Panno en Fridrik Olafsson. Timman - net een beetje gewend in Arnhem - speelde niet mee maar was gastcommentator. Het spel van Rothuis (doldriester dan ooit) viel hem op en niet alleen omdat de jonge Doetinchemmer laatste werd. Timman: "Rothuis speelde veel te wild dat toernooi. Maar hij is wel een aantrekkelijke speler, net als Wouter Spoelman. Dat zijn de twee Nederlandse jeugdspelers waar je wel wat van verwacht." (Hopelijk knoopt Vincent dat in zijn oren, want tijdens het toernooi in Arnhem liet hij doorschemeren een carriŤre als broodschaker niet meer te ambiŽren.)
We treffen Timman in hartje Arnhem in een cafť op de Korenmarkt. De voormalige wereldtopper trekt ruim tijd voor ons uit in zijn nieuwe woonplaats. In mei van dit jaar keek de schaakwereld - met name de randstedelijke - nogal op van het bericht dat Timman zijn geliefde woonplaats Amsterdam inruilde voor (of all places) Arnhem. "Maar ik denk niet dat ik hier de rest van mijn leven woon", zegt Timman, die eraan toevoegt niet onmiddellijk concrete plannen te hebben voor een rasse terugkeer naar de hoofdstad. "Ik vind het wel fijn even weg te zijn uit Amsterdam. Arnhem is wel okť. Ik wilde wat groter wonen en hier in het centrum kan je nog iets krijgen wat betaalbaar is. Bovendien ligt Arnhem lekker centraal in Europa. Dat is handig, want ik speel ook in de Bundesliga, voor Porz.

Behalve voor Porz (een voorstad van KŲln) schaakt Timman voor Wageningen. De eersteklasser was er als de kippen bij toen duidelijk werd dat Timman plots verkaste naar de hoofdstad van Gelderland. Afgezien van het toernooi in het Rijnhotel heeft Timman het rijke Arnhemse schaakleven (ASV en De Toren zijn beide clubs met meer dan honderd leden) niet geproefd. En hij wekt ook niet de indruk dat te gaan doen. Schaken doet hij in Arnhem namelijk niet buitendeurs, fietsen wel. "De omgeving is hier prachtig en ik fiets hier veel." Maar wel met beleid: "Ik zet geen koers naar het noorden. Dat is toch lastig, al die bulten op.

 

 

Timman was twee decennia de hoop en vlaggendrager van het Nederlandse schaak. Toen de schaaktroon in bereik was, struikelde de geboren Amsterdammer pas: in 1992 in een match tegen Nigel Short die daarna Garry Kasparov mocht uitdagen. Toen het duo daarop een eigen schaakbond oprichtte mocht Timman in 1993 om de Fide-wereldtitel schaken met Anatoli Karpov. Hoewel Timman beide matches verloor, waren het financieel zijn lucratiefste jaren. "Ik had toen een topinkomen", zegt Timman, die daarna de wereldtop uit het oog verloor.

DanÔel Stellwagen leek Neerlands hoop die de leegte daarna moest invullen. De jongeling combineert het schaken echter met een studie scheikunde. Timman keurt dat niet af, hij is eigenlijk alleen maar lovend over Stellwagen. "Ik heb de indruk dat hij zijn tijd heel efficiŽnt verdeelt. Hij combineert het en eigenlijk presteert hij heel goed. Dadelijk zal hij wel een keus moeten maken als zowel studie en schaken zwaarder wordt. Hoe dan ook, Stellwagen verlummelt zijn tijd niet."
Zelf stortte Timman zich wel volledig op het schaken. Tenminste, die indruk hadden wij, maar het antwoord is ontluisterend eerlijk. "Zelf heb ik heel veel tijd verlummeld. Ik heb niet hard gewerkt aan schaken en niet veel constructiefs gedaan. Maar de wereld zat toen anders in elkaar. Er was minder informatieoverdracht dan nu. Je had geen hulpmiddelen als een computer en databases. Het gebruik van een laptop en informatie opnemen is overigens niet enkel een gewoonte van schakers. Het is kenmerkend voor deze tijd. De wereldtop werkt tegenwoordig keihard. Dat moet ook wel, wil je je handhaven. Ik merk zelf dat mijn openingen niet goed genoeg zijn."

Het grootste deel van zijn inkomen haalt Timman nog altijd uit schaken. Behalve competitie speelt hij jaarlijks nog altijd een aantal toernooien. In januari speelt hij zelfs weer op het Corus-toernooi al is het in een invitatiegroep met de oudgedienden Portisch, Ljubojevic en Kortsnoj. Zelf denkt hij dat de wereldtop nog altijd haalbaar is voor hem: "Ik wil op Corus het hoofdtoernooi weer halen. Een Nederlander terug aan de wereldtop zou goed zijn. De meesten zullen daar liever een jongeling zien maar zelf zou ik ook graag op dat niveau terugkeren. Wel is het nu veel moeilijker dan vroeger om dat niveau te halen. De subtop is veel breder geworden. Toch denk ik niet dat het schaak nu veel beter is dan vroeger. Als ik zie hoe Boris Spasski destijds speelde zonder de hulp van computers dan schaakte hij toch heel erg goed."

 

Timman geeft wel toe dat hij merkt dat hij zijn leeftijd (55) niet mee heeft. Pas nog speelde hij een toernooi in Karlsbad. Hij versloeg de wereldtopper Sjirov en daarna was het gebeurd met zijn goede spel. "Ik merk dat ik de ambitie om opnieuw de wereldtop te halen nog wel heb. Maar ik heb niet meer zo veel energie. Feitelijk heb ik een veel beter begrip van het spel dan vroeger. De problemen waar ik nu mee worstel zijn vermoeidheid en nervositeit. Dat moet ik zien op te lossen. Ik slaap tijdens een toernooi na een enerverende partij veel slechter dan toen ik jong was. En dan maakt het niet uit of ik die partij heb gewonnen of niet. Tot de partij tegen Sjirov sliep ik heel goed, na die partij niet meer en toen ging het mis."