DOETINCHEM IN JUBELSTEMMING!

Door Roel Evertse

Tot laat in de nacht is het onrustig gebleven in Doetinchem. Een uitzinnige en meest stomdronken menigte verwelkomde de schaakhelden in het stadscentrum, waarna de burgervader (of kennen we ook zoiets als een burgermoeder?) met enige welgekozen woorden het team overlaadde met complimenten voor de fantastische prestatie… enz.
Welnee, een treurig zaaltje op een bedrijventerrein – de “Theemsweg van de Achterhoek” – vormde het sobere decor voor een toch wel aardig mijlpaaltje in de beperkte KNSB-historie van SV Doetinchem: na 6 wedstrijden maar liefst 8 matchpunten, dus geen degradatiezorgen en al meer matchpunten dan we in het hele vorige seizoen bij elkaar geschoven hebben en een hele sloot bordpunten, terwijl 3G tot de sterkere poules van de 3e klasse behoort. Hoe het te verklaren is? We spelen met hetzelfde team als vorig jaar, zijn dus nog ouder geworden, hebben nog steeds een even grote hekel aan elkaar, zijn nooit in training geweest, kortom, dat kan het allemaal niet zijn. Wat dan wel? Waarschijnlijk gewoon geluk, zoals Donner al eens uitlegde. Deze wedstrijd was daar een goed voorbeeld van. Een paar uitslagen kwamen min of meer logisch tot stand, maar op de meeste borden is elke uitslag mogelijk geweest. Of dat laatste ook voor het 1e bord gold, vind ik moeilijk te beoordelen. Theo Goossen, rasoptimist, meende natuurlijk van wel, maar feit is dat hij na slechts twee uur spelen weer naar huis kon bellen met de vraag of zijn eerste kleinkind geboren was (0-1 en nog geen kind). Dat Marino Küper zijn erbarmelijk slechte stelling heeft weten te keepen mocht een klein wonder heten: een volle pion achter in een eindspel, slechtere pionnenstructuur en minder ruimte. De belangrijkste compensatie: meer tijd (½-1½). Zelf mocht ik de gelijkmaker erin schieten. Het zag er wel aardig uit – loperoffer op h6 en na nog een knal: mat – maar vlak daarvoor had mijn tegenstander een gemakkelijke kans op voordeel gemist. Sander van Vucht speelde een degelijke partij. Dat kon ook van zijn tegenstander gezegd worden en remise was een terechte uitslag. Henk Riepma speelde met wit een lijfvariant, maar moest hard knokken voor een halfje (2½-2½). Dat zat dus bepaald niet tegen zo alles bij elkaar en ook over het vervolg hadden we zeker geen klagen. Marius heeft beroerd, zo niet verloren gestaan, maar om echt van hem te winnen moet je van goeden huize komen. Daar kwam zijn tegenstander niet vandaan: vrij geruisloos verliep het van kwaad tot erger. Kees Nederkoorn speelde een vlekkeloze partij, helemaal niets op aan te merken, maar zijn tegenstander zou van mij een straftraining krijgen, vanwege ernstige verwaarlozing van de kennis van elementaire openingstheorie. En toen mocht Peter Roessel zijn kunsten nog vertonen. Gewoontegetrouw was de opening een gezellig rommeltje, gelukkig van beide kanten en lange tijd was de strijd ongeveer in evenwicht. Twee keer werd een remiseaanbod van Peter beleefd geweigerd. Tot in het verre eindspel zijn er steeds drie uitslagen mogelijk geweest, maar uiteindelijk was het Peter, die na een gedurfde actie het volle punt binnenhengelde.
Na afloop wensten we elkaar een prettig weekend en “tot dinsdag!”, want feestgedruis is meer iets voor anderen.

DOETINCHEM - DE BARONIE 5½-2½
1 Theo Goossen (2072) - R. van Berkel (2106) 0 - 1
2 Henk Riepma (2067) - Carlos Hemmers (1955) ½ - ½
3 Marino Küper (2033) - Michiel Antonissen (2002) ½ - ½
4 Roel Evertse (2048) - Frans Smits (2009) 1 - 0
5 Marius van Hal (2028) - Kees Ooms (1952) 1 – 0
6 Kees Nederkoorn (2002) - Dick Straathof (1938) 1 – 0
7 Peter Roessel (1816) - Jan van Roestel (1823) 1 - 0
8 Sander van Vucht (1820) - Adri Maakenschijn (1945) ½ - ½