1e OPEN NK FANTASIESCHAAK 12 APRIL IN DOETINCHEM

door Roel Evertse

Op zaterdag 12 april 2008 organiseert de 100-jarige Schaakvereniging Doetinchem het 1e Open NK Fantasieschaak. Het wordt uitdrukkelijk geen dagje ‘kolderschaak met een plens bier’, maar een serieus kampioenschap (inclusief serieuze prijzen!) voor schakers die een keer iets anders willen. En dat ‘iets anders’ is dan wel meteen zeven maal iets anders, want in elk van de 7 ronden wordt een ander soort schaak gespeeld.

Zoals aangekondigd worden er slechts ‘edele’ vormen van fantasieschaak gespeeld. Daarmee bedoelen we dat het bij elke vorm gaat om een slechts kleine verandering van de spelregels, maar wel met de bekende grote gevolgen. Achtereenvolgens zullen ‘tweezet’, ‘schietschaak’, ‘diagonaalpion’, ‘patrouilleschaak’, ‘cilinderschaak’, ‘pionnen ook achteruit’ en ‘verplaatsingsschaak’ aan bod komen. Naast algemene speelsterkte zal het vooral aankomen op het soepel kunnen omschakelen van de ene naar de andere speelsoort. Als je net een beetje gewend bent aan de rare consequenties van patrouilleschaak moet je die ervaring bij het cilinderschaak weer volledig van je afgeschud hebben om plaats te laten maken voor een ander ruimtelijk inzicht.

Ook goede voorbereiding kan helpen om succes te boeken. Zo moet je als zwartspeler bij het schietschaak goed voorbereid zijn op 1.c4. Deugt bijvoorbeeld de volgende openingsvariant?

1. c2-c4, c7-c6 (Of is 1. …, g6 toch beter?) 2. Dd1-a4 (De dame is in schietschaak een ware moordenares, omdat ze slechts door een paard kan worden aangevallen. In tegenstelling tot het gewone schaak is het verstandig de dame snel in het spel te brengen.) 2. …, Dd8-c7!? (Sluwe verdediging tegen de gevaarlijke aanval op de diagonaal a4-e8.) 3. xc6, xc4 4. xd7+, Kd8 (Een belangrijk probleem bij schietschaak is dat het tussenplaatsen of dekken van stukken meestal geen enkele zin heeft. Een schaakje kan dus zeer hinderlijk zijn. Hier lijkt het wel mee te vallen.) 5. Da4-d4+, Kd8-e8 6. e2-e3 (Dreigt Lb5 en mat!) 6. …, a7-a6! (6. …,Pc6?! is dubieus vanwege 7. Da4!, maar vooral niet 7. Lb5??wegens  xd4!) 7. xg7, xc1

En u mag zeggen hoe het staat. Mochten we overigens ontdekken, dat het na 1. c4 geforceerd uit is, dan zullen we de regels licht aanpassen, bijvoorbeeld door 1. Pc3, Pc6 als verplichte opening voor te schrijven.

Bij het spel waarbij pionnen ook achteruit mogen gaan en slaan (!) zien de stellingen er vaak verraderlijk normaal uit, totdat je erachter komt dat het als gewonnen getaxeerde eindspel helemaal niet zo gewonnen is, omdat die zwarte pion op g7 ‘gewoon’ gedekt staat door zijn broer op h6. In de praktijk blijkt dat het heel lastig is om een dergelijk denkschema gedurende de hele partij in je kop geprent te houden. Heel vaak gaat dat dus een keer fout.

Het is lastig te zeggen welke vorm het moeilijkste is. Zoals gezegd is het soms de schijn die bedriegt, zoals met die achteruitslaande pionnen. Zeker is, dat de stellingen bij ‘diagonaalpion’ vaak zeer chaotisch ogen, hetgeen niet verwonderlijk is als men bedenkt dat de pion de ziel van het schaakspel is en die arme ziel ernstig in de war wordt gebracht door de regel waardoor de gaande en slaande functies van de pion worden verwisseld. Verplaatsingsschaak mag er ook wezen: de geslagen stukken worden daarbij steeds teruggeplaatst op het bord, hetgeen de stellingen zeer onoverzichtelijk maakt. Het aardige van verplaatsingsschaak is bovendien dat de geest het volledig wint van de materie: per definitie blijft het materiële evenwicht gedurende de gehele partij gehandhaafd.

De meest ‘psychotische’ vorm van fantasieschaak is zonder meer patrouilleschaak, waarbij een stuk slechts mag slaan, indien het door een ander eigen stuk gedekt staat. Een voorbeeld: 1. e2-e4, d7-d5 2. d2-d3 (slaan op d5 mag niet, omdat e4 niet gedekt staat), d5xe4 (slaan mag, want pion d5 staat gedekt door de dame) 3. d3xe4?? (reglementair in orde, maar niet echt handig), Dd8xd1 (De dame stond gedekt op d8 en mag dus slaan. Nu staat wit overigens niet schaak, omdat de zwarte dame ongedekt staat, maar anderzijds kan wit de dame ook niet slaan, omdat zijn koning ongedekt staat op e1! Wit kan nog 4. Ld2 proberen in de hoop dat zwart het ’mooi’ uitmaakt met 4. …, Lg4 mat, wat vervolgens helemaal geen mat blijkt te zijn na 5. Kd1x, omdat de loper op g4 niet gedekt staat!)

Een andere rare consequentie is dat de beide koningen elkaar soms kunnen naderen zonder een veld ertussen. Die omstandigheid zorgt er nu juist weer voor dat het eindspel K+T tegen K te winnen is. Het kan voor deelnemers aan het NK geen kwaad om zoiets thuis op het bord te hebben gehad.

Overigens hebben sommige probleemcomponisten dankbaar gebruik gemaakt van de eigenaardigheden van patrouilleschaak. Een aardig voorbeeld dat zo uit een gewone partij afkomstig zou kunnen zijn – de oplossing overigens absoluut niet! –  is een compositie van Jan Roosendaal.

 

De opgave is: mat in 2. (oplossing onderaan)

We zien uit naar een boeiend en ook gezellig toernooi. Een klein probleem is nog hoe om te gaan met het fenomeen van de onreglementaire zetten, want dat daarin dingen mis kunnen lopen is zo goed als zeker. We zullen minimaal drie wedstrijdleiders rond laten lopen om de ergste dwalingen te kunnen corrigeren!

Voor verdere informatie, inclusief de reglementen voor de verschillende vormen van fantasieschaak, wordt verwezen naar de website www.svdoetinchem.nl.

voor de oplossing scroll naar beneden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[1] Oplossing probleem: 1. Te1! met als dreiging 2. Kd2 #. Merk op dat 2. Kd3 geen mat is, omdat de toren dan niet gedekt staat op e1. Op 1. …, c4 volgt 2. Kd4 #, op 1. …, f4 komt 2. Ke4# en op 1. …, Pf6 2. Kf4#. Dat zijn nou van die typische patrouilleschaakwendingen, waarvan je hoopt dat je die tijdens het NK ook nog ziet aankomen!