NABESCHOUWING SVD 1, SEIZOEN 2007-2008

…en het andere ‘denken van den schaker’

door Roel Evertse.

Het eerste team van SV Doetinchem heeft een prima seizoen achter de rug. Weliswaar was poule 3B zeker niet de sterkste van de 3e klasse, maar een resultaat van 12 matchpunten (uit 9 wedstrijden) en een tweede plaats achter de gedoodverfde kampioen Amersfoort mag er zijn. Bovendien scoorde het team maar liefst 45 bordpunten, een gemiddelde van exact 5 per wedstrijd. Nooit eerder behaalde SVD een dergelijk hoge klassering en dat geeft dan toch extra glans aan het 100-jarig bestaan van de vereniging.

Het seizoen begon overigens uiterst beroerd met het ‘drama van Drachten’, een helaas volkomen verdiende nederlaag tegen een zeer zwak team. Achteraf bleken het de enige gewonnen matchpunten van Drachten te zijn geweest; het team degradeerde kansloos. Het was ook de enige keer dat Kees Nederkoorn niet meespeelde. Heeft hij voorvoeld hoe het in het barre noorden zou zijn?

De misstap werd in de tweede wedstrijd volledig goedgemaakt door een monsteroverwinning (8-0!) op het net zo zwakke Dion Hardenberg 2 en de positieve lijn werd voortgezet tegen het sterke Dr. Max Euwe 2, dat in een hoogstaande wedstrijd met 6-2 werd verslagen. Nadat ook van ASV 3 was gewonnen, stond de cruciale match tegen Amersfoort op het programma. Zonder kopman Henk Riepma, die down-under verbleef, werd het een kansloze affaire, waarin we laat in de middag als ruil voor capitulatie nog wat halfjes cadeau kregen. Daardoor zag de uitslag, 4½-3½ verlies, er nog toonbaar uit, maar met dit resultaat kwam Amersfoort op een beslissende voorsprong van 3 matchpunten.

Na de winterstop volgden goede overwinningen tegen Almelo en ESGOO 2. In de 8e ronde werd in een slechte wedstrijd verloren van het Groningse Staunton. Gelukkig werd het seizoen afgesloten met een ruime overwinning op debutant Spassky’s, eveneens uit Groningen.

De individuele prestaties overziend valt in de eerste plaats op dat de vaste spelers allen 50% of hoger scoorden en dat hadden we nog niet eerder beleefd. Ook behaalden vier spelers (Kees, Marino, Sander en Henny) dit seizoen een persoonlijk record qua TPR in de KNSB-competitie. Dat geeft aan dat we ondanks de relatieve zwakte van de poule in absolute zin echt goed gescoord hebben.

 
 

Kees Nederkoorn scoorde een prachtige 7½ uit 8 en een TPR van maar liefst 2362. Hij werd daarmee tevens topscorer van poule 3B! De beste partijen speelde Kees in de eerste helft van het seizoen. Daarna sidderden zijn tegenstanders: één kwam er zelfs niet opdagen en twee anderen gaven zo maar een stuk weg in zeer goede stelling.

Henk Riepma deed ongeveer wat van een speler van zijn (zwaar) kaliber verwacht mag worden: een prima 4½ uit 7 (TPR: 2138), bijna alles aan het kopbord. En als hij nou tegen Almelo niet die dame had weggegeven…

Ook Marino Küper speelde een goed seizoen: 6½ uit 9 en een TPR van 2113. Daarbij viel op dat hij aanmerkelijk minder remises produceerde dan in de voorgaande seizoenen. Of dat een gunstig teken is moet de toekomst uitwijzen.

Sander van Vucht maakte met zijn degelijke, positionele stijl wel zijn gebruikelijk hoge aantal remises, maar zijn uitstekende score van 5 uit 7 (TPR: 2041) geeft de grote progressie in zijn spel aan, vergeleken met voorgaande seizoenen.

Theo Goossen speelde een wisselvallig seizoen. Hij begon veelbelovend met 3 uit 3, om daar in de volgende 5 ronden nog slechts 1½ punt aan toe te voegen. (4½ uit 8, TPR: 2043). Frustrerend was dat hij in verschillende partijen (bijvoorbeeld tegen Willem Bor van Amersfoort) zichzelf de das omdeed, maar het moet gezegd: brille en blunder liggen beide in zijn spel besloten.

Marius van Hal speelde een onopvallend seizoen. Uiteraard is 50% (4 uit 8, TPR: 1938) niet slecht, maar wel minder dan we van hem gewend zijn. Daarbij moeten we wel bedenken dat hij alles met zwart speelt. Zou hij toch niet eens verleid kunnen worden om, al was het maar één keertje, met wit te spelen?

Henny Haggeman deed eindelijk wat we elk seizoen van hem hopen: punten maken. Zijn goede score (5 uit 8, TPR: 1913) had nog hoger kunnen zijn als hij tegen Barth Plomp (ASV 3) in straal gewonnen stelling niet vreselijk geblunderd had.

Over mijn eigen resultaat (5 uit 9, TPR: 1991) kan ik moeilijk tevreden zijn. Het kwam te vaak voor dat ik een zet van mijn tegenstander totaal overzien had (zie als illustratie bijgaande partij) en dat leverde veel bange momenten op. Het lage aantal remises (slechts 2, ook een PR) geeft evenals bij Marino stof tot nadenken.

De invallers scoorden gezamenlijk 3 uit 8. Dat is veel beter dan het ‘invallergemiddelde’ van vorige seizoenen, maar geeft tevens aan dat het gat tussen SVD 1 en 2 groot is.

 

Tot slot een partij van eigen hand. Die illustreert verschillende dingen: a) ik kan goed schaken, b) ik kan er geen hout van, c) mijn gedachten gaan een beetje anders dan die van de proefpersonen, waarop het proefschrift van Prof. A.D. de Groot, Het denken van den schaker, gebaseerd is, en tenslotte d) mijn stellingsoordeel moet met een korreltje zout genomen worden. Dat ik in mijn wedstrijdverslagen wel eens robuustere uitspraken doe dan ik kan waarmaken, heeft dan ook vooral te maken met het leesbaar houden van die verslagen. Overigens sluit ik me van harte aan bij de oproep van Marino om een rubriek ‘Roels missers’ – wat een eer! – te starten, voor iedereen die zich ten onrechte door mij te kijk gezet voelt: komen er eindelijk eens wat partijfragmenten in ons bijna schaakloze clubblaadje! Zelf wil ik de rij graag openen.
Die Evertse schrijft op de website over de wedstrijd tegen Staunton:“Zelf mocht ik de stand weer in evenwicht brengen na een zeer wisselvallige partij gespeeld te hebben. Opening dik in orde, daarna dom dom een kwal cadeau gedaan, gelukkig nog aardige compensatie, beetje hulp tegenstander, nieuwe poging tot verzieken, nog een beetje hulp tegenstander en opa was eindelijk thuis.” Heeft die Evertse nou helemaal niet gezien dat ik eigenlijk een heel mooie partij heb gespeeld en slechts één dom zetje heb gedaan? Nee, dat heeft die Evertse niet gezien. Zie zelf.

Wit: Roel Evertse (SV Doetinchem)
Zwart: Erwin van Pelt (Staunton)
Datum: 29 maart 2008

1. d2-d4, d7-d5
2. Pg1-f3, Pg8-f6
3. c2-c4, e7-e6
4. g2-g3, d5xc4

Het Catalaans is na een periode waarin het nog maar weinig werd gespeeld weer helemaal terug, vooral door toedoen van Kramnik en Topalov. Slaan op c4 geldt als beste voor zwart.

5. Lf1-g2, Pb8-d7
6. 0-0, a7-a6?!

Als zwart Pb8-d7 speelt, kan hij beter vervolgen met Ta8-b8, b7-b6 en eventueel Lc8-a6. Het beroerde van het Catalaans is dat er zo veel varianten zijn, die ook nog eens erg op elkaar lijken. Een vergissing is dus snel gemaakt.

7. a2-a4, Ta8-b8
8. a4-a5!

Zo wint wit de gambietpion altijd met goed spel terug.

8. …Lf8-d6
9. Pb1-d2, b7-b5
10. a5xb6, Pd7xb6
11. Pd2xc4, Pb6xc4
12. Dd1-a4+

Deze stelling blijkt al eens eerder voorgekomen te zijn in de grootmeesterpraktijk (Akesson-Bergez, 2003). Dat wist ik niet, maar het is ook niet erg. De opening is namelijk geen aanbeveling voor zwart; wit heeft centrumoverwicht en een gezondere pionnenstructuur. In bovengenoemde partij speelde zwart de dame naar d7 en vervolgens naar b5; voor het idee maakt het weinig verschil.

12. …Lc8-d7
13. Da4xc4, Ld7-b5
14. Dc4-c2, 0-0
15. Tf1-d1, Dd8-e7
16. e2-e4, Pf6-d7
17. e4-e5, Ld6-b4
18. Pf3-g5, f7-f5

 
      stelling  na 18. …, f7-f5
 

Hier dacht ik uitgebreid na, in de eerste plaats over de thematische breekzet 19. d5. Die zet stond al op de rol toen ik 15. Td1 speelde. Mijn denken ging ongeveer zo:”Nou, en dan nu maar volgens planning d5. Nog even kijken: op exd5 komt Lxd5+, Kh8, Pe6. Als ik dan al geen kwaliteit of een pion win, sta ik als een huis. En wat als hij Pxe5 speelt? Dan sla ik met mijn paard op e6, moet-ie Tf7 doen en gaat het ook goed. Ja, winnen doet het niet meteen… Hé, wacht even, ik speel helemaal geen d5, ik kan meteen Db3 spelen! Geweldig! Dat ik dat nou niet eerder heb gezien! God, wat een gekluns. Nou ja, geeft niet, ik zie het tenminste nu. Nog even kijken. Nee, hij kan dat ding op e6 onmogelijk meer dekken, want er komt altijd Ld5 na. Joepie!” En ik speelde dus:

19. Dc2-b3??, Lb5-e2!

“Getverdemme! Getverdemme! Dat heb ik nou weer. Ik word echt dement! Ja, helemaal dement zeg. Lekker ideetje om met die dame naar b3 te gaan! Hoe verzin je het! O nee hè, er komt ook nog een aftrekker van die andere kutloper en dan zit ik weer tegen een nul aan te kijken. Getverdemme! Marius, kijk alsjeblieft de andere kant op, jij had dat natuurlijk al lang gezien. (Marius speelt naast mij en kijkt naar mijn stelling.) Jij zit alleen maar van die mierzetjes te doen. Nou, effe dimmen, Evertse, rustig nadenken, rustig worden! Ja lekker, hier wil je toch niet meer over nadenken? OK, Le3 dan maar? Valt misschien nog wel mee. Die kwal ben je toch kwijt. Of Lf4, want er komt Ld2 na van hem? Nou, maakt niet zo veel uit geloof ik. Ld2 komt toch. Misschien heb ik trouwens nog wel aardige compensatie.” Dit soort van ‘denken van den schaker’ kom ik in wetenschappelijke publicaties over denkprocessen weinig tegen. Dat kan betekenen dat ik gek ben, maar waarschijnlijker is dat die publicaties gekuist zijn van ‘onzin’, die bij mij veel denktijd opsouperen.

20. Lc1-e3, Le2xd1
21. Ta1xd1

Hier ging ik maar eens even wandelen. Marino, die al klaar was en mijn gepruts aanschouwd had, dacht dat ik wel ging winnen:“Je speelt gewoon beter.” Ja, ja…

21. ...Lb4-a5?

“Hosanna! Hij kan er ook niks van. Net zo’n prutser als ik dus. Rustig nou even, daarnet ging het ook mis, kan zo maar weer gebeuren dat je iets overziet. Nee, nu niet! Hij denkt dat ik op e6 sla! Kan trouwens ook wel, maar Da2 is natuurlijk veel sterker. Heeft-ie vast overzien!” Overigens heeft wit na het veel betere 21. …, Ld2!, gevolgd door 22. Dxe6+, Dxe6 23. Pxe6, Lxe3 24. fxe3! inderdaad goede compensatie voor de kwaliteit. Objectief staat het slechts iets beter voor wit, maar het speelt veel gemakkelijker met de witte stukken.

22. Db3-a2!, Tb8-b5

Met een diepe zucht door zwart gespeeld. Heerlijk!

23. Lg2-c6, Tf8-b8
24. Lc6xb5, Tb8xb5
25. Pg5xe6, De7-f7

 
      stelling na 25. …, De7-f7
 
26. d4-d5!

Een prachtig pionoffer, gebaseerd op de diagonaal a2-g8, de overbelasting van de toren op b5 en mede daardoor de promotiedreiging van de d-pion. Zo staat het dan in de boekjes en zo had ik het ook bekeken, maar ik moet toegeven dat ik na het uitvoeren van deze zet me nog een hartverzakking schrok van de mogelijkheid van zwart om meteen Dh5 (“Help, Dh5!, wat moet ik dan in godsnaam! Nou ja, rustig zeg, eerst maar afwachten wat-ie doet. Je hebt nu toch al gezet.”) te spelen en pas daarna Pxe5. Pas ’s avonds, na het schrijven van mijn verslag voor de website, waarin ik mijzelf er dus behoorlijk van langs gegeven had, vond ik, toen ik er nog eens rustig naar keek, de eigenlijk heel eenvoudige weerlegging van Dh5 (27. Tc1).

26. ...Pd7xe5
27. Pe6-g5, Df7-h5
28. d5-d6+, Kg8-h8
29. Td1-d5!

De mooie pointe. De aangevallen toren valt nu zelf aan, midden op het bord. Zwart verliest nu in alle varianten materiaal.

29. ... h7-h6
30. Td5xe5, h6xg5
31. Te5xb5, a6xb5
32. Da2xa5

en de rest was met een stuk meer niet echt moeilijk. Zwart gaf het na een heleboel schaakjes na de 47e zet op. (1-0)