OPLUCHTING IN DOETINCHEM door Roel Evertse
 
Groot was de opluchting bij de onzen na afloop: door een nipte en ook wat gelukkige overwinning op het bepaald niet zwakke Almere hebben we voorlopig even afstand genomen van de onderste plaatsen. Tot nu toe was het optreden van ons team in dit seizoen niet overtuigend geweest om het maar eufemistisch uit te drukken. Naast een gemakkelijke overwinning op ‘vaste degradant’ Sneek 2 stonden een grote nederlaag tegen Staunton en een wel zeer schlemielige nederlaag tegen Pallas.
 
Ook de wedstrijd tegen Almere verliep aanvankelijk niet best. Na een uur of twee spelen stond alleen Henny duidelijk beter, terwijl er aan de andere borden of weinig aan de hand was of reden tot meer of mindere zorg bestond.
 
Bij Marino was er na een wilde theoretische openingsvariant van alles aan de hand, maar de partij eindigde plots in remise wegens ‘eeuwig dameschaak’. Fritz moet uitkomst brengen over de vraag of een van de heren een bootje gemist heeft.
 
Theo leed een onnodige nederlaag. Zoals dat heet werd hij ‘van alle goede geesten verlaten’, overzag het simpele verlies van een kwal, speelde tegen beter weten in nog een tijdje door, maar Pim Groot maakte geen fout.
 
Bert, ingevallen voor de zieke Sander – toch een tikkie opgelopen in Deventer? –, had kleine problemen na de opening en dat hadden best grotere problemen kunnen worden als tegenstander Caspar Kruijf het voortvarender had aangepakt tegen de verzwakte zwarte koningsstelling. Nu wist Bert de boel bij elkaar te houden met remise als resultaat.
  Ondergetekende moest opboksen tegen een egel. Dat had groot voordeel kunnen opleveren, maar een slappe voortzetting resulteerde in een zelfs wat minder staand eindspel. Gelukkig voor ons bleef de remise binnen bereik.
 
Henny speelde een prima partij. Hij kwam met voordeel uit de opening: loperpaar tegen paardenpaar in een open stelling en won de vijandelijke dame tegen toren en paard. De zwarte stukken werkten te slecht samen om het Henny echt moeilijk te maken.
 
Kees beleefde een wel zeer benauwde middag. Tegenstander Diederic ’t Hooft bracht een correct stukoffer tegen twee pionnen, waarbij de paarden van onze witspeler (op h2 en f3, en dat beest op f3 natuurlijk gepend door een zwarte loper op h5) wel heel kreupel oogden. Een van de aanwezigen merkte snedig op dat het tijd werd om 144 te bellen. Maar Kees bleef ook in tijdnood koelbloedig en werd natuurlijk ook een beetje geholpen door de tegenstander, die op een gegeven moment best remise had gewild, maar niet mocht van zijn teamleider. Punt voor Kees!
 
Henk bewees weer eens zijn grote waarde voor het team. Een klein nadeeltje vanuit de opening werd weggewerkt, remise gezien de stand in de wedstrijd op advies van de teamleider afgeslagen – waar vind je zulke teamleden nog tegenwoordig? –, en even later werd door een truc een stuk gewonnen. De afwikkeling leverde geen problemen op.
 
Daarmee was de wedstrijd in de tas en kon Marius met een gerust hart opgeven. Op zich spijtig, want lange tijd had Marius zijn nadeel binnen de perken weten te houden. Misschien toch een keertje met wit spelen, Marius?
 
SV DOETINCHEM 1974 - ALMERE 1979 - 3½
1 Marino Küper 2077 - Kees van Drunen 2145 ½ - ½
2 Kees Nederkoorn 2069 - Diederic ‘t Hooft 2042 1 - 0
3 Henk Riepma 2066 - Martin van Gils 1980 1 - 0
4 Theo Goossen 2009 - Pim Groot 1957 0 - 1
5 Marius van Hal 1920 - Ivo Knottnerus 1955 0 - 1
6 Roel Evertse 1979 - Frans Hazenberg 1953 ½ - ½
7 Bert Lenderink 1794 - Caspar Kruijf 1925 ½ - ½
8 Henny Haggeman 1878 - Shotano de Niet 1872 1 - 0